Balikpapan, en orang-oetans spotten in Kutai National Park

Balikpapan is de grootste,  zelfs de énige grote stad van Kalimantan. Dan is daar zeker wel wat te beleven 😁 denk je dan.  Nope.  Niks.

Dat was ook te merken aan de locals,  die zo weinig meemaken dat ze niet weten hoe ze zich moeten gedragen als er een anders-uitziende medemens passeert.  Reacties varieerden van roepen (mister!), wijzen,  hysterisch lachen,  foto’s maken,  of bevriezen met een grimas op het gezicht wat het meest past bij de emotie ‘doodsangst’.  Gaat dat vervelen? Vraag je je af.  Ja.

Bezoek

Maar,  na een paar dagen waren ze er dan toch: Shirley’s moeder en broer Jimmy!  Super leuk om elkaar weer te zien, en dat de backpacks nog in China waren blijven hangen mocht de pret niet drukken.  Met een ijskoude Bintang kletsten we bij over de afgelopen tijd en namen de plannen voor de komende dagen door. Ook konden ze vast wennen aan hun celebrity bestaan in Indonesië, want ook zij komen er de komende tijd niet onderuit 😉

Kutai National Park

Maar voorlopig zijn de rollen omgedraaid,  want nu gaan wìj aapjes kijken: op naar de jungle van Kutai national park! Door alle legale en illegale palmolie plantages is er nog maar weinig over van de jungle van Borneo, zeker op Kalimantan is het triest gesteld met de natuur.  Er zijn een aantal nationale parken waar de jungle en zijn inwoners beschermd zijn, maar dit is vaak zo klein dat de orang-oetan’s bijgevoerd moeten worden. Dit maakt dat ze ook niet echt meer wild zijn,  semi-wild noemen ze het hier.  Eigenlijk zoals bij ons in de dierentuin dus.  Kutai national park is daarop een uitzondering. Er is voldoende ruimte en voedsel voor de apen en hier zijn ze dan ook nog écht wild. Bijkomende eigenschap van wilde dieren is dat je er dus ook geen goede afspraken mee kunt maken;), dus het is even afwachten of we er eentje zullen treffen.

 

 

Al vroeg werden we opgehaald voor een lange rit in een krappe auto. Na een uurtje of 9, stapten we over in een kano om vervolgens via een rivier onze lodge te bereiken,  midden in de jungle.

Daar stond ons diner al op ons te wachten (en de huis-lizard van bijna 2 meter)  en met een volle buik konden we al aanhaken bij de ranger voor de eerste nacht hike. De ranger was een goed doorrookte indo met een machette evengroot als hijzelf,  en behendig hakte hij ons een weg door de donkere jungle heen.  Voor ik het wist hadden we de eerste tarantula al gespot, Hoppa! ( we zagen volgens de ranger ook een leopard.. Het was lastig te zien in het donker,  maar eerlijk gezegd was het stoere praat volgens mij,  het leek meer op een wasbeer 😁)

Orang-oetan

Conny cretek (zoals Jimmy hem noemde)  liet er geen gras over groeien en de dag erop stonden we in alle vroegte alweer tussen de boomtoppen te loeren in de hoop een orang-oetan te spotten.  En we hadden geluk!

In 2.5 dag zagen we 4 grote en 1 baby, die totaal niet bang waren en best dichtbij kwamen. Dit was echt een super gave ervaring die we niet hadden willen missen!

Palmolie

Des te confronterender dat dit binnen niet al te lange tijd waarschijnlijk helemaal niet meer bestaat,  door de eerder genoemde palmolie plantages…  ( check hier eens als je er meer over wil weten: http://m.greenpeace.nl/high/campaigns/landbouw/QuestionMark/Vragen-over-Palmolie/ )

Balikpapan, en orang-oetans spotten in Kutai National Park
5 (100%) 1 vote

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *